• Sarah Spronk

Het Derde Oog

Het gebruik van magie is in Indonesië daily business. Nadat wij op Lombok een workshop Jamu – traditionele Indonesische kruidengeneeskunde – volgden, ontdekte ik dat hier een eeuwenoude, hoofdzakelijk Javaanse traditie van kruiden, rituelen en massages omheen bestaat. Veel Indonesiërs maken bij een flinke buikgriep of verkoudheid geheimzinnige brouwseltjes met ingrediënten zoals gember, tamarinde, kokos en rietsuiker, waarna ze ogenschijnlijk herboren weer tot de orde van de dag overgaan. Wie een laagje dieper gaat, krijgt zelfs allerlei mysterieuze verhalen te horen over betoverde eieren, heilige krissen en rituele praktijken die zowel in het dagelijks leven van Jakarta als aan het hof van de Javaanse Sultans worden toegepast. Niet voor niets is het boek ‘De Stille Kracht’ van Louis Couperus, één van de meest bekende boeken uit de Nederlands-Indische literatuur.


‘Stille Kracht’ is de Nederlandse vertaling voor het Indonesische begrip guna-guna, dat wordt uitgelegd als magische beïnvloeding op afstand. Het begrip wordt vaak geassocieerd met allerlei negatieve praktijken, wat gezien de ontstaansgeschiedenis ook wel begrijpelijk is. In Indonesië werd guna-guna in het verleden vooral gebruikt om familievetes uit te vechten. Vaak ging het om relaties tussen een jongen en een meisje, die door één of beide families niet geaccepteerd werden vanwege ongelijke machtsverhoudingen of financiële geschillen. Een soort Romeo & Julia in de tropen eigenlijk. Representatief voor het ook nu nog wijdverspreide gebruik van magie in de Indonesische cultuur, is wel het in 2014 door de Indonesische regering ingediende wetsvoorstel waarin zwarte magie strafbaar wordt gesteld. Het ministerie van Justitie werkt momenteel aan een herziening van het Wetboek van Strafrecht om zo’n strafbepaling op te nemen.


In traditionele Indonesische gemeenschappen gelooft men dat mensen, dieren, bomen, bloemen, bergen, maar ook natuurverschijnselen en zelfs voorwerpen een eigen ziel hebben. Het idee is dat al deze zielen een bijzondere levenskracht bezitten en dat deze levenskracht ook overdraagbaar is. Dat was ook de gedachte achter het vroegere koppensnellen: door de levenskracht van andere zielen te nemen, kon de eigen levenskracht vergroot worden.


Heel belangrijk in de Indonesische cultuur is ook de voorouderverering. Vooroudergeesten worden gezien als de belangrijkste schakel tussen de mensen op aarde en de goden. Zo lang overleden voorouders goed verzorgd worden, zullen zij de nabestaanden hun leven lang beschermen en bijstaan. Als de voorouders niet de gepaste verzorging krijgen, lopen familieleden kans op ongelukjes en tegenslagen. Om de voorouders gunstig te stemmen, moeten er bij alle belangrijke gebeurtenissen zoals geboortes, huwelijken of begrafenissen grote offers gemaakt worden. Een goed voorbeeld daarvan is de cultuur van de Toraja’s op Sulawesi, waar complete buffelkuddes worden geslacht om overleden familieleden tevreden te houden. Voor de meer dagelijkse gang van zaken, zijn er familie altaartjes waar kleinere offers op gebracht worden.


Het gebruik van magie boezemt veel Indonesiërs grote angst in. Mogelijk verklaart dat een deel van de veronderstelde werking. Anders is dat voor de werking van Jamu, waar wel degelijk geneeskrachtige werkingen aan worden toegeschreven. Veel onderzoek is er echter nog niet naar gedaan. Mocht je de kruidenwetenschap een stukje verder willen brengen met wat empirisch onderzoek: door de straten van Jakarta wandelen Indonesische kruidenmengers met karretjes vol flessen, poeders en mysterieuze wortels, die gekookt en gemengd worden tot een toverdrank.


31 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Straatgeweld